zaterdag 31 juli 2010

Het kaarsje brandend houden

Een verhaal dat mijn allerbeste vriend mij vertelde:

Laatst liep ik door een bos dat zo dicht begroeid was dat ik niet meer dan een paar meter vooruit kon kijken. Ik had geen kaart bij mij, of een kek GPS-apparaatje. Eigenlijk liep ik maar gewoon door in het vertrouwen dat het ergens wel weer op zou houden.

Na een paar uur lopen over zachte zandpaadjes, harde boomstronken en verende bladerpakketten... nu eens klimmend, dan weer mij schrap zettend naar beneden... voelde mijn benen zwaar. Ik voelde de spieren in mijn deien en in mijn rug. Ik besloot te gaan zitten op een bemoste plek onder een boom. Ik haalde een reep uit mijn rugzakje en at wat. Na een slok water te hebben genomen uit mijn groene veldvles sloot ik even mijn ogen.

Hoe lang ik zo heb gezeten weet ik niet meer. Maar ik hoorde een hele heldere stem die op mij inpraatte:

"Het geheim van het leven is niet verborgen in verscholen plekken. Niet gecodeerd in oude geheimschriften. Het is juist overal aanwezig en voor iedereen toegankelijk. De grote geheimen van het leven worden 'onthuld' in het alledaagse, het overbekende, het zo-gewoon-dat-het-bijna-banaal-is. Maar het is niet banaal. Het is basaal. Basaal en clichématig. Zoals het beeld van de brandende kaars.

Eén van de grote geheimen van het leven is dat je je eigen kaarsje altijd brandend moet zien te houden. Ook uitdrukkingen als: 'iemand met pit', of 'een groot licht zijn', of 'het stralende middelpunt'... zijn allemaal afgeleid van het symbool van de brandende kaars. The candle in the wind.

Het mystieke zit 'm in 't feit dat niet ieder kaarsje altijd even lang is. Het brandt langzaam op, maar gek genoeg kan er ook opeens een stukje aan de onderkant verdwijnen, of juist aangroeien! Dat gebeurt schijnbaar buiten ons begrip om. Je weet nooìt wanneer het vlammetje dooft. Het einde kan snel zijn, of juist langer op zich laten wachten dan 'iedereen' aanneemt.

Een ander 'geheim' van het leven is dat niemand anders jouw vlam kan zijn. Je bent je eigen vlam. Je kunt het licht zijn in het leven van anderen, maar je kunt niet hun leven zijn. En niemand anders kan jouw leven leiden. Of je een groot, stralend licht bent, of een klein, nauwelijks gloeiend puntje hangt voor een deel af van de omstandigheden. Maar misschien toch wel voor het belangrijkste deel van jezelf. Het vertrouwen in je eigen kracht, is van grote invloed op je vermogen om te kunnen stralen. Of je het licht bent in het leven van anderen, hangt af van je vermogen om te geven. Gun je anderen je licht en je warmte, of ben je 'te slecht om te branden'.

Niemand is te slecht om te branden. Per definitie niet. Het feit dat je er bent, is het bewijs van je volmaaktheid. Je bent geworden en dat maakt niets of niemand meer ongedaan. Groot of klein zijn, zijn illusionaire begrippen. Omdat ze worden gemeten aan veranderlijke en vergankelijke factoren. Zijn, of niet-zijn kan niet worden uitgedrukt in lengte, inhoud, of gewicht. Je bent niet méér als je 'groter' bent, want het 'groter zijn' heeft geen absolute betekenis. Het is relatief. Het is maar waar je jezelf mee vergelijkt. Als je graag een reus wilt zijn, moet je bij de dwergen gaan wonen. Maar zelfs dan... Gezien vanaf de maan zijn wij allen even groot. Wat is een mensenleven op de eeuwigheid? Een vliegenpoepie op een spiegel.

Waar het om gaat is het licht. De energie die je bent en die je uitstraalt. Energie die gevoed kan worden door aandacht en liefde. Voor anderen, maar ook voor jezelf.

Sommige momenten zijn 'donkerder' dan anderen. Dan lijkt het of je vlam bijna is uitgedoofd. Dat zijn momenten dat je terug moet keren naar je eigen kern. Je moet weer ontdekken waar je energie vandaan komt. Je moet weer aansluiting krijgen met je eigen bron. De bron van alle leven. De grote, onuitputtelijke energiestroom van het universum. Terug naar 'af'. Zijn wat je al bent. Je bent al 'af'. Je hebt je staat van volmaaktheid al bereikt."

Je krijgt dit soort verhalen cadeau, maar wat moet je ermee? "Wat jij wilt.", zei mijn vriend.

donderdag 29 juli 2010

Boardroom taboes: Lachen en sex

Waarom is ‘zakelijk’ eigenlijk een synoniem geworden voor ‘saai, dul, ongeïnspireerd, slaapverwekkend’? Wat is er fout gegaan op het moment dat we ‘professioneel’ zijn geworden? Ik weet nog dat ik in mijn eerste jaar op de School voor de Journalistiek een standje kreeg, omdat ik een lichtvoetige opmerking in een artikeltje had geschreven. Echt waar! In serieuze journalistiek is geen plaats voor kwinkslagen. Humor staat immers haaks op ‘serieus en degelijk’. Serieuze journalisten maken geen grapjes. En serieuze zakenmensen al helemaal niet. Met humor moet je uitkijken in een professionele omgeving. Als je de top wilt bereiken, probeer dan vooral je lachen in te houden.

Ik was es een keer op bezoek bij een collega PR-man. Wim Teuben heette hij. Hij had als voorlichtingsofficier bij de Koninklijke Luchtmacht zijn naam afgekort tot Wm Teuben. Grote W, kleine m, Teuben. Omdat het destijds niet geoorloofd was om je voornaam te delen met Jan en Alikruuk. Zeker en vooral niet tijdens het uitoefenen van je functie. Stel je voor zeg! Ik moest er eigenlijk wel om lachen, om die rebelse truc van Wm.

Wm had mij bij hem thuis uitgenodigd omdat hij beschikte over een indrukwekkende verzameling luchtvaartcuriosa. Zo had hij daar een grote houden propeller in zijn tjokvolle huiskamer staan, afkomstig van De Spirit of Saint Louis. Een kledingmerk, dacht ik te weten. “Nee, meneer De Bruijne! Dat was natuurlijk de originele propeller van het vliegtuig waarmee luchtvaartpionier Charles Lintberg als allereerste met zijn vliegmachine de Atlantische Oceaan was overgestoken!” Wm schudde zijn hoofd om zoveel onnozelheid. En ik moest natuurlijk weer lachen. “Waarom lacht u nou toch steeds, meneer De Bruijne? Weet u wel hoe dom dat overkomt?”

Met lachen moet je uitkijken. Komt nogal dom over namelijk. En ik kan het weten, want ik lach nogal makkelijk. Zal wel komen doordat ik een beetje dom ben. Dan leg je de verbindingen in je hoofd verkeerd ofzo.

Nog erger is het bewust nastreven van een milde mentale kortsluiting bij anderen. Grapjes maken is alleen onder heel specifieke omstandigheden toegestaan. Als het bovendien maar niet te lang duurt. Hikkend van het lachen op de bestuurstafel slaan mag niet te vaak voorkomen. Directieleden dienen zich immers met serieuze zaken bezig te houden. De belangen zijn groot en de cognitieve vermogens moeten voor de volle 100% worden ingezet voor het maken van vlijmscherpe analyses en doorwrochte beslissingen. Lachen maakt de bollen los en dat kunnen we niet hebben op topniveau. Niet te veel in ieder geval. Lach gerust, maar doe het met mate, is het devies. Teveel lachen is schadelijk voor uw maatschappelijk aanzien. Het kan de geloofwaardigheid aantasten van uzelf en anderen om u heen. Meelachen is net zo schadelijk als het spontaan uitschateren.

“Als je zo nodig iedere dag wilt lachen, moet je maar in het circus gaan werken.”, heeft mijn vrouw een keer van haar toenmalige werkgever te horen gekregen. Een man met visie. Artiesten zijn de uitzondering op de regel. Die moeten altijd maar lachen en vrolijk zijn. Die betalen we er immers voor om te zorgen voor een stuk amusement. Om artiesten mag je ongegeneerd lachen, van welke rang of stand je ook bent. Theaters zijn een soort lachreservaten. Daar mag je als directeur, tegen forse betaling, lachen om niks. Graag zelfs! Lachen is blijkbaar een genot dat we in onze samenleving een aparte plek hebben gegeven. Met veel rood pluche en schaars geklede dames en heren. Net als andere activiteiten die in de genotsindustrie worden ontplooid.

Toch zou ik wel weer eens een corporate brochure willen schrijven waar mensen het van in hun broek doen. Ik zou wel weer eens een jaarverslag willen maken dat de lezers lachkrampen bezorgt. Wat lijkt het mij geweldig om een bedrijfsdiapresentatie te projecteren waar mensen het van uitgieren. Een volstrekt eerlijke tekst als: “We hebben de plank weer faliekant misgeslagen. Er blijkt geen verstandig mens te vinden te zijn die het in z’n hersens haalt om onze volstrekt nutteloze nieuwe producten te kopen. Gelukkig hadden we nog genoeg oude rommel op de plank liggen die we in de afgelopen jaren per ongeluk teveel hebben geproduceerd.” En zo voort.

Gaat ’m niet worden natuurlijk. In plaats daarvan blijft het: “Door succesvolle marketing hebben wij de levenscyclus van onze meest succesvolle productlijnen verder kunnen verlengen. Wij blijven investeren in onderzoek en ontwikkeling van nieuwe concepten waarmee wij in kunnen spelen op de toekomstige vragen van consumenten op basis van diverse scenario’s.” Er wordt te weinig gelachen.